This is
inspiration quote

Een aantal jaren schreef Lian columns voor de Bossche Omroep. Deze columns gebruiken we in onze nieuwsbrieven. Klik hier voor de laatste nieuwsbrief.

Gebruik in andere media is alleen toegestaan na overleg met ons.

Kruisje

“Zit er eigenlijk een kruisje bij de kist?”, vraagt de dochter van de overleden mevrouw Krul. Nee, dat lever ik er niet automatisch bij, ook niet als de overledene de christelijke levensovertuiging had. Van deze mevrouw weet ik inmiddels daKruisjet het geloof geen grote rol meer speelde in haar leven en de afscheidsdienst zal niet door een geestelijke worden voorgegaan. “Hechten jullie er waarde aan?”, vraag ik. De dochter en schoondochter kijken elkaar aan en aarzelen. “Ik kan voor een kruisje zorgen, maar misschien hebben jullie er een in huis die een speciale betekenis heeft, b.v. die bij de uitvaart van jullie vader gebruikt is? Of is er iets, een symbool, waar jullie moeder aan gehecht was en wat we een mooie plek kunnen geven bij haar uitvaart?” Voordat ik uitgesproken ben staat de dochter op, loopt naar een kast en komt terug met een Mariabeeldje. Al lopend stoft ze het af met haar mouw. Ze zet het beeldje op tafel en zegt: “Dit hoorde bij ons mam.”
Het beeldje roept een glimlach bij me op. De meest kwetsbare plek blijkt de hals te zijn. Eén keer laten vallen en het hoofd ligt eraf. Daar waar de onderdelen ooit weer verlijmd zijn, zit een uitstulping van Velpon. Velpon, bestaat het eigenlijk nog? Vroeger bij ons thuis is menig kerststalbeeldje ermee gerepareerd. Daarna poogden wij als kinderen met waterverf het zichtbare onzichtbaar te maken. Het werd er meestal niet beter op.
Ik neem het Mariabeeldje van mevrouw Krul mee, gewikkeld in een theedoek. Het moet deze keer wel heel blijven! Twee dagen later klinkt tijdens de afscheidsdienst het Ave Maria. Het beeldje heeft een centrale plek op haar kist.

Symboliek speelt een belangrijke rol in ons leven. Bij een uitvaart kan een persoonlijk symbool ingezet worden: een kruisje vanwege het geloof, een breiwerk als symbool voor het altijd zorgen voor anderen, stenen meegenomen van wandelvakanties of de rugzak van een reiziger, een afbeelding op de rouwkaart die ‘harmonie’ verbeeld, vrouwelijke dragers voor iemand die jarenlang in de vrouwenbeweging actief is geweest, de carnavalspet van een fervent carnavalsvierder, de kleur rood als lievelingskleur van de overledene … en ga zo maar door. Symbolen zeggen iets over wie we zijn of waar we voor staan en het kan woorden vervangen.

Warme handdruk

Vilten is een van de textiele werkvormen waar Mira mee werkt. In haar huis staan en hangen werken van haar hand. Ze vertelt er met passie over. Altijd is er een betekenis, symboliek in verweven.
Voor de uitvaart van haar partner Pierre gebruikt ze zijn handafdruk op de rouwkaart. Daarnaast zou ze van vilt een baarkleed willen maken waarin handen zijn verwerkt. Ze zucht. Daar gaat veel tijd in zitten en ze vraagt zich af of dat binnen enkele dagen wel gaat lukken. Ik geef aan dat familie en vrienden het vaak fijn vinden om iets te doen. Zijn er geen mensen die een paar honderd handjes kunnen knippen? De volgende dag is de keukentafel bezet met ijverige familieleden. Eenmaal op een gele ondergrond vervilt (de lievelingskleur van Pierre), doen de handjes me denken aan Willem Wever’s witte wollen winterwanten. In de andere zijde van het kleed zitten levensdraden verwerkt.
Tijdens de afscheidsdienst ligt het baarkleed met de levensdraden naar boven op de kist. Halverwege wordt het gekeerd; de wegen die Pierre in zijn leven bewandeld heeft gaan over in een laatste warme handdruk. Na de dienst knippen de textielvriendinnen, zoals Mira ze noemt, de handjes uit het kleed en alle gasten krijgen een warme handdruk van Pierre mee naar huis.
Een paar weken later belt Mira mij met de vraag wat de afmeting van de asbus is? Van wat er over is van het kleed wil ze een hoes maken en die meenemen naar het crematorium als ze de as gaat ophalen. “Dat is mooier en minder kil.”
In het warme jasje gaat de as van Pierre mee naar Oostenrijk. Daar wordt ze uitgestrooid op een dierbaar plekje in de bergen.

rouwen

Een paar weken na de uitvaart heb ik een afrondend gesprek met de echtgenote en twee dochters van Jos. Na een ziekbed is hij, in het bijzijn van deze drie belangrijke vrouwen in zijn leven, overleden. Ze hebben bewust afscheid van hem genomen en de uitvaart vormgegeven. Al voor zijn overlijden hebben ze stilgestaan bij wat voor Jos en voor hen tijdens het afscheid belangrijk was. Nu zitten ze in de volgende fase: leegte, gemis, langzaam wennen aan zijn afwezigheid, koesteren van herinneringen, het leven weer gaan oppakken.
We blikken terug op de uitvaart en de dagen daaraan voorafgaand. En tussendoor hoor ik hoe ieder bezig is met het feit dat Jos geen deelgenoot meer is van hun leven. De ene dochter schrijft veel. Heeft ze altijd al gedaan. Zo probeert ze grip te krijgen op haar gevoelens en gedachten, op wat gebeurd is. De andere dochter zit op een opleiding voor fotografie. Ze heeft het blijkbaar van geen vreemde: ook Jos maakte prachtige foto’s en heeft een behoorlijk archief nagelaten. Zij laat zijn leven nogmaals de revue passeren door zijn (familie)foto’s te scannen en ordenen, zodat ze straks alle drie een mooie herinnering aan hem zullen hebben. En de echtgenote ziet zichzelf al zitten op het nog zelf te maken houten bankje, voor in dat ene hoekje in de tuin, waar Jos een plekje in de schaduw vond om nog even te kunnen genieten van de buitenlucht. Ze weet hoe het er moet gaan uitzien en wil een cursus meubelmaken gaan volgen. Het wordt postuum hun bankje op hun plek.
Drie vrouwen met een gemeenschappelijke ervaring en een eigen manier van verlies verwerken. Alle drie goed op weg, al zal die weg nog lang zijn.

Rouwen doet ieder op zijn of haar eigen manier. Er is geen tijdspad en geen draaiboek voor, hooguit zijn er fases te onderscheiden die men doorloopt: erkennen van het verlies, ervaren van de pijn, verkennen van de nieuwe werkelijkheid en verbinden met de toekomst. De een heeft er baat bij als er veel over de overledene of het gemis gesproken wordt, de ander gaat liever af en toe alleen uitwaaien op het strand. De een is in het begin erg moe en heeft tijd nodig om de draad weer op te pakken en de volgende gaat snel weer aan het werk en focust zich op de dagelijkse beslommeringen.

tranen sparen

Als de oma van de 7-jarige Merel is overleden, komt ze met haar vader op bezoek. Bij aankomst weigert ze echter naar binnen te gaan. “Ik kom pas uit de auto als oma weer levend is”, zegt ze vanaf de achterbank en blijft zitten. Ze is het duidelijk niet eens met wat er zich in de volwassen wereld afspeelt.
De volgende dag zet ze aarzelend haar eerste stap in de slaapkamer waar oma opgebaard ligt. Samen met een vriendinnetje heeft ze een levensgrote tekening van oma gemaakt. Vervolgens heeft ze haar lippen gestift en steeds kusjes op de tekening gedrukt. Merel plakt hem samen met haar moeder op de slaapkamerdeur. Ze moet huilen en ze besluit vervolgens om niet meer naar oma te gaan kijken. Niet omdat het eng is, maar omdat ze er verdrietig van wordt. En verdrietig zijn is nu eenmaal niet leuk.
Haar twee jaar oudere broer heeft een meer praktische insteek. Hij kijkt de woonkamer rond en verdeelt hardop de erfenis. Die nieuwe tv van oma lijkt hem wel wat voor op zijn slaapkamer.
Een paar dagen later hoor ik dat Merel veel gehuild heeft om haar oma, maar ze weet me inmiddels wat opgewekter te vertellen dat ze nieuwe tranen gespaard heeft. “Nieuwe tranen sparen, hoe heb je dat gedaan?”, vraag ik. “Nou gewoon, door te lachen.” Even is ze stil, waarna ze vervolgt: “Maar dan moet je wel héél hard lachen hoor.”
Wat een wijsheid uit de mond van een 7-jarige. Soms ben je leeg, zijn de tranen even op. Het verkrijgen van nieuwe energie of opladen kan inderdaad door te lachen. En zo verzamel je dus ook weer nieuwe tranen!
De moeder van Merel vroeg zich af of ze haar in de auto moest laten?: “Hoe pijnlijk de dood van oma ook is, ze zal toch de werkelijkheid onder ogen moeten gaan zien.”

Meestal kunnen kinderen zelf prima aangeven wat ze willen. Ruimte geven en tot niets dwingen leidt vaak tot een moment dat kinderen vanzelf komen. Uit nieuwsgierigheid, omdat ze er de volgende dag anders instaan of omdat ze zelf een vorm kiezen die hen past. Tekenen was Merels manier. Weken later hoorde ik dat Merel bv. regelmatig herinneringen aan haar oma ophaalt, maar niet mee naar het kerkhof wil. Dat laatste is weer synoniem voor verdriet.

Helpende handen

Het nieuwe verpleeghuis heeft aparte kamers voor terminale patiënten. Hier is Bruno, na een verblijf van nauwelijks een week, overleden. De familie heeft bij het eerste telefonische contact met mij aangegeven dat ze hem in een uitvaartcentrum willen laten verzorgen en opbaren. In het verpleeghuis aangekomen blijkt dat opbaring op zijn kamer mogelijk is. (Naar huis brengen was geen optie.) Zowel de familie als ik zijn aangenaam verrast. De keuze is snel gemaakt, waardoor het plaatje voor mij verandert: roep ik een collega op om Bruno mee te verzorgen en opbaren of helpt iemand van de familie mij? Van het grote gezin werpt de oudste broer zich op. Omdat ik een aarzeling bespeur vraag ik nog even door, maar hij heeft zijn besluit genomen, dit wil hij doen voor Bruno. Al gauw staan ook de andere broers, een zus en zwager van Bruno rond zijn bed. Twaalf helpende handen? Willen ze alleen toekijken? Ik hoef het eigenlijk niet te vragen. Na mijn instructies komt iedereen als vanzelf in beweging. Ik doe een stap terug en laat het gebeuren. De zojuist nog goed gebekte en grappenmakende familie is stil en verzorgt hun broer met aandacht en de nodige piëteit. Bij een van de mannen rollen de tranen over zijn wangen. Ook met de details houden ze zich bezig: rommeltjes in de ruimte worden na de opbaring opgeruimd, de lakens met de hand glad gestreken, de persoonlijke spullen op het nachtkastje herschikt. Het gebeuren zou prachtige opnames voor een verstilde film kunnen opleveren. Als iemand hen gisteren de situatie geschetst zou hebben, hadden ze zelf waarschijnlijk niet geloofd dat ze deze taak samen zouden uitvoeren.

Door aandacht, tijd en ruimte te geven en mogelijkheden aan te reiken ontstaan vaak situaties waarin mensen zelfwerkzaam worden. Zeker als men nog geen ervaring heeft met een overlijden is alles nieuw en gaat men ontdekken en ondervinden wat belangrijk of waardevol is om goed afscheid te kunnen nemen, ieder op zijn of haar eigen manier. Op een actieve rol wordt door naasten achteraf eigenlijk altijd positief teruggekeken; het geeft troost. Het zit hem vaak in de kleine dingen. In ons werk zoeken we dan ook steeds de balans tussen dingen in handen geven en waar nodig uit handen nemen.

Herbegrafenis

Alvorens de familie Nelissen hun overleden vader gaat begraven, wil ze hun broertje Hansje herbegraven in het bestaande graf van hun moeder. Dat was een wens van hun ouders. Vervolgens zal pa worden bijgezet. Hansje is 52 jaar geleden op 4-jarige leeftijd verongelukt. Het verdriet was onbeschrijfelijk, niet te hanteren en heeft een grote impact gehad op het hele gezin.
De drie kinderen geven aan van begin tot het eind aanwezig te willen zijn bij de herbegrafenis van hun broertje, ook al beseffen ze dat het veel kan losmaken. Ze willen de pijnplek verzachten, dit hoofdstuk uit hun leven samen aandacht geven en afronden. Uit de kast pakt een zus een wollen jasje van Hansje dat al die jaren bewaard is gebleven. Hierin gaan ze de stoffelijke resten wikkelen. We bespreken dat het onduidelijk is of er na al die jaren nog iets in zijn graf gevonden zal worden.
Als het zover is volgen de broer en zussen gespannen en geconcentreerd de handelingen van de grafdelver. Deze man, als ook de kerkhofbeheerder, begrijpen waar het hier over gaat. Ik kijk op afstand en met bewondering toe hoe zorgvuldig, maar ook hoe naturel ze te werk gaan. De delver weet precies wat hij in de aarde vindt en deelt dit met de familie. Langzaam worden er botjes blootgelegd en in het jasje gedaan. Zelfs de schedel blijkt nog in tact; dit is hun broertje, dit is het mensje dat onbewust zoveel verdriet heeft gebracht. Alle drie raken ze hem als vanzelfsprekend aan. Hansje wordt in zijn jasje verpakt: ze maken de knoopjes dicht en vouwen de mouwtjes naar voren. Ze houden het bundeltje om de beurt even vast. Als de jongste zus, verloskundige van beroep, het aanneemt wiegt ze hem in haar armen. Het gebeurt in een reflex, zittend naast het graf, voor zich uit starend. Samen begraven ze Hansje vervolgens in het graf van hun moeder.
Indrukwekkend en tegelijkertijd zo gewoon, verstild, aandachtig, respectvol, helend… Het is prachtig wat er zich afspeelt. Dit ritueel is belangrijk, de familie kan hier na al die jaren mee verder.
Als ik de grafdelver bedank voor de geweldige manier waarop hij zijn werk heeft gedaan, antwoordt hij: “Ik heb het mooiste beroep van de wereld.”